Aanvankelijk kabbelt de tweede helft net zo kalmpjes voort als de eerste helft, maar als na zo’n honderddertig bladzijden dan toch eindelijk de actie losbarst, barst die ook goed los. Net als in De strijd der koningen volgen er een aantal volslagen krankzinnige plotwendingen: koning Robb Stark vermoord, tijdens de bruiloft van zijn oom, en vrouwe Catelyn, zijn moeder en een van de stemmen die het verhaal vertellen, eveneens de keel doorgesneden. En dan zie ik de Starks nog altijd als de helden van dit epos.
Ook koning Joffrey vindt de dood, op zijn eigen bruiloft nog wel, maar wie daar achter zit blijft duister. Dat wekt dan toch weer wat minder verbazing maar toch ook hier de vraag: wie blijft er nog over na zoveel doden?
De vraag of ik het Het lied van ijs en vuur verder moet lezen, of dat ik het voor gezien moet houden blijft lastig te beantwoorden. Aan de ene kant leest het vlot weg en zit het verhaal vol bizarre plotwendingen, complotwendingen!, anderzijds heb ik met de twee helften Een storm van zwaarden ruim 1100 bladzijden tekst gelezen zonder het gevoel te hebben een verhaal gelezen te hebben, met een kop en een staart.
(George R.R. Martin – Een storm van zwaarden: Bloed en goud)