De eed van trouw

In een interviewfragment bij het voorwoord van De eed van trouw zegt George R.R. Martin

Ik heb iets met grijze personages, personages die niet zijn wat ze lijken, personages die aan verandering onderhevig zijn. Meestal worden de handelende personages in een verhaal te zwart-wit neergezet, allemaal bestrijden ze wel een Duistere Heer. Zoiets schrijven, dat interesseert me eenvoudig niet. Je moet de ruimte hebben om beide kanten van een conflict te belichten, want echte mensen in een echte oorlog gaan doorgaans uit van hun beleving om tot een soort zelfrechtvaardiging te komen; we maken ons wijs dat wat wij doen juist is. Behalve misschien in een cartoon, is er toch niemand die zegt: “Ik ben de Duistere Heer en ik ga nu op pad om Duistere dingen te doen.” Wij zijn allemaal Grijze Heren.

Ook De eed van trouw staat bol van grijze personages, de kwade blijken zo kwaad nog niet, en de goede zo goed niet.
De wereld van Het lied van ijs en vuur luidt de ondertitel, maar met die boeken heeft dit verhaal, en eerder ook De hagenridder niet veel van doen. Goed, het speelt in dezelfde wereld af, maar wel zo’n 100 jaar eerder. Dunk de hagenridder zal in de boeken niet voorkomen evenals de, in De eed van trouw, 10 jarige schildknaap Ei die eigenlijk prins Aegon heet en kleinzoon van de koning is. Wel zijn in deze verhalen over Dunk en Ei al de intriges te bespeuren die uiteindelijk zullen leiden tot het werkelijke Lied van ijs en vuur. En nu op naar Het spel der tronen.

(George R.R. Martin – De eed van trouw)

De hagenridder

Ik zou het boekje De eed van trouw van George R.R. Martin gaan lezen, maar in de inleiding las ik dat dat een vervolg was op het verhaal De hagenridder uit de fantasybundel Legenden. Die staat ook in de kast, dus las ik De hagenridder eerst.
De hagenridder verhaalt over de schildknaap Dunk die zich na de dood van zijn leermeester inschrijft voor een toernooi. Als hij bij een gevecht om een meisje een prins van hoge afkomst slaat wordt hij veroordeeld tot een zevenkamp. Met de moed der wanhoop weet hij die te winnen, waarna hij de weide wereld intrekt vergezelt van zijn schildknaap Ei.
In de zeventig bladzijde die het verhaal lang is komen er een onwaarschijnlijke hoeveelheid personages langs, waarbij velen ook weer familie van elkaar zijn.
De kleurenpracht die bij het toernooi hoort deed weer denken aan het boekje Kleuren van de middeleeuwen

Aan het hof kon het wemelen van de kleuren. Wapenschilden en vaandels van de aankomende en vertrekkende ridders, diplomaten, boodschappers in livrei, leveranciers in gildekleuren, allen droegen sprekende kleuren die erop gericht waren zichzelf bekend te maken en luidruchtig te presenteren. Vooral op feestdagen, bij toernooien en andere spelen kon men zich blind staren op een zo veelzeggende kleurenpracht, dat herauten bij zulke gelegenheden op hun tenen moesten staan om alles te herkennen, te duiden en in juiste banen te leiden.
[Herman Pleij - Kleuren van de middeleeuwen, blz 47]

De namiddagschaduwen lengden toen Dunk aan de rand van de Made van Esfoort de teugels inhield. Op het grasveld verrezen al een stuk of zestig paviljoens. Sommige waren klein, andere groot, sommige vierkant, andere rond, sommige van zeildoek, andere van linnen, weer andere van zijde, maar allemaal waren ze fel gekleurd. Aan de palen in het midden wapperden lange banieren, bonter dan een veld wilde bloemen; helrood en zonnig geel, talloze tinten groen en blauw, diepzwart, grijs en purper.
[George R.R. Martin - De hagenridder, Legenden, blz 426]

Uit Legenden (nieuwe verhalen van de Meesters van de Fantasy), samengesteld door Robert Silverberg, las ik eerder Een vroege lente van Robert Jordan en De houtjongen van Raymond E. Feist.

(George R.R. Martin – De hagenridder)