Aan Chesil Beach

Had Ian McEwan in Zaterdag nog 24 uur nodig voor zijn verhaal, in Aan Chesil Beach heeft hij aan een paar uur al genoeg om het verhaal neer te zetten. En hoewel de gebeurtenissen minder heftig zijn in Aan Chesil Beach, minder bedreigend, zijn de gevolgen verstrekkender dan in Zaterdag.

Het boek is vooral een mooie, rake observatie van een generatie. En tegelijkertijd universeel want iedereen herkent de gevoelens en onzekerheden van een eerste keer.

Waar ik ook aan moest denken: zo ongeveer ging het er bij mij ouders ook aan toe. Die waren weliswaar armer, maar ook religieuzer. Geen seks voor het huwelijk stond in hun milieu hoog in het vaandel. Zo als in Aan Chesil Beach had hun ook kunnen overkomen. Dan had het In Loenen geheten en was ik er niet geweest.

(Ian McEwan – Aan Chesil Beach)

Zaterdag

26 januari waren we in het ziekenhuis voor een echo, stuitligging en kijken wat daar aan te doen. Voor die tijd gingen we nog even de boekwinkel in en kocht ik Zaterdag van Ian McEwan. In het ziekenhuis lees ik meteen een flink stuk weg, het spreekuur liep een half uur uit. En toen bleek die stuitligging ook nog eens opgelost te zijn.
Een paar dagen later was zij er, en kwam er van lezen even niets meer. Vervolgens las ik er een paar van Mulisch, die kortere hoofdstukken schrijft en daardoor gemakkelijker weg te leggen is.
En misschien zijn het al deze dingen die maakten dat het lezen van wat volgens de kritieken McEwans beste is nogal een teleurstellende ervaring werd. Amsterdam was een aangenaam boek, verrassend goed zelfs. Zaterdag heeft ook zijn momenten, het bezoek van Henry Perowne aan zijn dementerende moeder is schitterend beschreven, maar wat ontbreekt is een verhaal. Nou ja, er is wel een verhaal, maar dat beslaat hooguit een bladzijde of dertig, veertig. De overige kleine 300 bladzijden is vulling. Man wordt wakker, man ziet vliegtuig in nood, man heeft sex, man gaat sporten, man doet boodschappen, man gaat douchen, man kookt, man werkt, man gaat weer slapen.

‘De sterkste McEwan tot nu toe, en een boek dat je nog lang niet uit hebt als de laatste pagina is omgeslagen.’
Het Parool

Ik ben blij dat het uit is.

(Ian McEwan – Zaterdag)

Amsterdam

‘Ach,’ zuchte hij tenslotte. ‘De Nederlanders met hun redelijke wetgeving.’
‘Juist,’ zei Garmony. ‘Wat redelijkheid aangaat, maken ze het echt te gek.’

Zowel met Boetekleed als met Zaterdag heb ik wel eens in mijn handen gestaan, maar het kwam er nooit van. Nu wel met Amsterdam, dankzij de Volkskrant, die het als eerste deel in de serie Bekroond Europa presenteert: De reeks bestaat uit tien boeken die in het laatste decennium de belangrijkste literaire prijs van hun land hebben gekregen.
Amsterdam kreeg in 1998 the Man Bookerprize, en dat is sowieso een prijs die met regelmaat mooie boeken bekroond, denk aan Het Leven van Pi, denk aan Weg der geesten. En ook het boek dat dit jaar gewonnen heeft, the Sea van John Banville, vraagt om lezing.
Ian McEwan stelt met Amsterdam niet teleur. In de analyse stelt Hans Bouman dan wel dat je het einde zowel kundig als gekunsteld kunt noemen, en dat het daarom niet het hoogtepunt van McEwans oeuvre is, ik vond het een puntgave roman die alleen maar doet verlangen naar meer van deze schrijver.

(Ian McEwan – Amsterdam)