Wat poëzie is

Bij het terugzetten van De verhalen pak ik een ander boekje van Harry Mulisch uit de kast. Wat poëzie is. Ondertitel: een leerdicht. Een hele mooie uitgave, gebonden in dainel, met leeslint, voorzien van illustraties van Pieter Janszoon Saenredam, gedrukt in 1500 exemplaren. En dat alles ter ere van de 70ste verjaardag van Harry Mulisch. Dit jaar wordt hij 80 trouwens.

Nu ben ik geen verzamelaar, ik koop boeken voor de inhoud, niet voor de uitgave, hoe fijn het ook is om zo’n mooi boekje vast te houden. Deze kreeg ik een aantal jaar geleden als verjaardagscadeau van mijn schoonouders. Die liepen er ook maar toevallig tegen aan.

Men kan natuurlijk rijmen
of accenten kloppen

Tot men eelt heeft
op zijn knokkels

Lettergrepen tellen
wroeten in de taal

Dan wel een beeld ontwaren
of de muziek toepassen

Regels op een rare
manier afbreken

Een metafoor aanbrengen
als de parel in de oester

Of voorzichtig een idee
laten doorschemeren

(Al worden onze dichters
nauwelijks bedreigd door dat gevaar)

Dat komt allemaal voor
in de poëzie

Maar het is niet
wat poëzie is.

Mooie overdenkingen om de dag mee af te sluiten.

(Harry Mulisch – Wat poëzie is)

Paralipomena orphica

Ik lees de nieuwe dikke roman van A.F.Th. momenteel, en hoewel dat inhoudelijk lekker weg leest, leest het praktisch gezien minder lekker. Ruim een kilo papier op schoot is niet alles, zoals ik al eens eerder opmerkte. Dus komt er van alles voorbij, vooral korte, dunne dingen.

In een promopraatje op bol.com geeft A.F.Th. (“De geboorte van een schrijver betekent vaak de dood van een lezer”) zijn top 5 favoriete Nederlandse boeken. Op 3 staat Paralipomena orphica (momenteel niet leverbaar) van Harry Mulisch.

Ik las het titelverhaal uit die bundel, want te vinden in de dikke, gesigneerde, bundel De Verhalen. (een dik boek inruilen voor een ander dik boek, consequent gedrag is ver te zoeken hier)

Het begint geweldig, opvallend veel humor, het eindigt vaag en enigszins teleurstellend. Lang niet zo goed als het bekende (verfilmde) korte verhaal De kamer.

De bundel Paralipomena orphica bestaat verder uit Anekdoten rondom de dood (ooit gekocht, nooit gelezen) en Blik op de dichter dood (in memoriam Ed. Hoornik). Voor die laatste paar bladzijden zou ik dus minimaal 35 euro over moeten hebben bij een antiquariaat.

(Harry Mulisch – Paralipomena orphica)

Het theater, de brief en de waarheid

Het boekenweekgeschenk van 2000. De eerste ook die als gebonden exemplaar verscheen. Ook één van de beste geschenken in jaren, zo niet het beste.
Voor Het theater, de brief en de waarheid baseerde Harry Mulisch zich op de affaire Croiset. Waarheden, had er eigenlijk in de titel moeten staan. Want Mulisch speelt een prachtig spel. Herbert verteld op de begrafenis van zijn vrouw Magda, gestorven naar aanleiding van de in scène gezette ontvoering van/door Herbert, over het waarom van die actie en dat hij het voor haar deed. Vervolgens verteld Magda op de begrafenis van Herbert, zelfdoding naar aanleiding van de affaire, dat zij degene was die de brief geschreven had die alles in gang zette. Zij deed dat voor hem.

‘Hij deed dat natuurlijk om mij te helpen, zoals ik hem had willen helpen. Maar hoe had ik hem ooit kunnen bedanken? Hoe had hij mij ooit kunnen bedanken? Het was allemaal veel te ver gegaan. Onze liefde was veranderd in… in… ik weet niet hoe ik het zeggen moet… Maak van je hart geen moordkuil, hoor je wel eens. Onze liefde en zelfopoffering waren veranderd in zo’n moordkuil, maar zonder dat daardoor minder liefde was. Misschien was het wel de grootste liefde die ooit tussen twee mensen bestaan heeft…’

Het verhaal is een bijzonder constructie, slechts één van de verhalen kan tenslotte de waarheid zijn. Of misschien zijn het twee waarheden van twee parallelle werelden. Misschien is alles wel theater.

(Harry Mulisch – Het theater, de brief en de waarheid)

Twee vrouwen

Ik legde de papieren weg en ging andere dingen doen die te maken hadden met mijn verandering van een zoon in een vader: Het seksuele bolwerk, Twee vrouwen, allerlei poëzie.

Aldus Harry Mulisch in het voorwoord bij Vonk. Twee vrouwen had ik liggen, maar nooit gelezen. Hoewel ik een boekenlegger aantrof op bladzijde 20. Misschien dus ooit in begonnen.

Bij het lezen van een mindere Mulisch, en Twee vrouwen is voor mij een mindere Mulisch, begrijp ik meteen weer waarom mensen niets van die man moeten hebben. In zijn mindere boeken is het een pedante kwast met al zijn weetjes en ditjes en datjes. In Twee vrouwen wordt Piranesi er weer bijgehaald, en de Engelenburcht. In De ontdekking van de hemel geeft dat meerwaarde, nu dacht ik alleen maar “ja, dat weten we nu wel”.
Dat vaderschap was ook nauwelijks te vinden, Twee vrouwen heet niet voor niets Twee vrouwen. Misschien zijn het de observaties van Mulisch als vader die een plek kregen in dit boek, maar dat maakt het nog geen boek over het vaderschap.

Toen het kind weer in de wieg lag, liet zij mij een van haar borsten zien: in de diepte was het weefsel gebarsten en zag er uit als marmer. Op dat moment begon het kind te huilen, en bijna nog eerder dan haar oren het gehoord konden hebben, spoot uit haar tepel de melk in net zulke straaltjes.

Het onverwachte, heftige, einde maakt echter een hoop goed.

(Harry Mulisch – Twee vrouwen)

Vonk

Ik kan mij maar slecht concentreren op het ogenblik. Dus ging ik op zoek naar iets korts om te lezen, een verhalen bundel, een verzameling columns, zoiets. Ik kwam uit bij een klein boekje van Harry Mulisch, Vonk. Kiem van De ontdekking van de Hemel luidt de ondertitel, en [fragment], staat er ook nog bij.
Mulisch werd voor dit verhaal geïnspireerd door de geboorte van zijn eerste kind. Aan het woord is een engel, die een zielevonk voorbereidt op zijn aardse bestaan als mens. Het verhaal is inderdaad een fragment, een aanzet, een schets. Niet echt af, ook niet echt bevredigend als het uit is. Het idee van een ziel die er voor kiest bij bepaalde ouders op de wereld te komen spreekt mij echter zeer aan.

Een bepaalde vonk, jij bij voorbeeld, kan alleen mens worden in de vereniging van van een bepaald paar. Maar als je bedenkt dat elke levende vrouw op aarde in beginsel een kind kan krijgen van elke levende man, dan begrijp je dat dat astronomische consequenties heeft voor het aantal vonken dat beschikbaar moet zijn.

En ik bedacht mij dat ik De ontdekking van de hemel ook maar weer eens moet gaan lezen. Als ik mijn concentratie weer een beetje terug heb.

(Harry Mulisch – Vonk)