Nobelprijs voor de Literatuur

You are currently browsing articles tagged Nobelprijs voor de Literatuur.

Een recensie van Arnon Grunberg bracht deze roman van Luigi Pirandello onder mijn aandacht. Recensies van Grunberg zijn wel vaker goed voor een aanschaf. Toch ligt zo’n boek dan nog zeker twee jaar ongelezen in de kast.

Zonde eigenlijk, want Iemand, niemand en honderdduizend is een prettig geschreven roman die evengoed behoorlijk aan het denken zet. De vrouw van Vitangelo Moscarda zegt dat zijn neus scheef staat, zelf had hij dat nog nooit gezien. Maar als mijn vrouw mij zo ziet, hoe zien anderen mij dan? En zie ik mijzelf wel? Het leidt tot een ontdekking van de identiteit en een ontbinding van de persoonlijkheid waarbij Vitangelo zich met regelmaat tot de lezer zelf richt. De humor maakt alles aangenaam dragelijk.

(Luigi Pirandello - Iemand, niemand en honderdduizend)

In ongenade

In ongenade las ik eerder in 2001, 2002, daar omtrent. Ondanks het feit dat In ongenade de Booker prize 1999 had gewonnen, waarmee J.M. Coetzee de eerste was die die prijs twee maal kreeg, ondanks allerlei lovende recensies, kon ik er maar weinig waardering voor opbrengen. Neerslachtig en negatief, zo herinner ik het verhaal mij, met een teveel aan bijzaken.

Waarom dan toch herlezen? De verfilming, daar ben ik nieuwsgierig naar. Bovendien kwam er in 2003 een Nobelprijs bij voor Coetzee en geld het boek zelf zo langzamerhand als een klassieker met herdruk na herdruk. Misschien dat ik iets gemist heb bij eerdere lezing.

En blijkbaar was dat het geval. Hoewel er nog altijd stukken zijn, dat hele gedoe met die opera rond Byron bijvoorbeeld, die mij overbodig lijken. Nou ja, misschien niet geheel overbodig, maar toch zeker te langdradig. Desondanks. Een toch wel erg sterk boek over Zuid-Afrika en de zoektocht naar samenleven in een verscheurde maatschappij.

(J.M. Coetzee - In ongenade)

Een staat van vrijheid speelt zich af in een vrij land in Afrika, waar tijdens een burgeroorlog de regerende stam wordt uitgemoord. Voor Engelsen als Bobby en Linda, die vanuit de hoofdstad terugrijden naar de leefgemeenschap van hun landgenoten, zijn de wegen open. Ze zijn blank, onpartijdig en beschermd en hebben zo op hun eigen manier in Afrika een staat van vrijheid gevonden. Maar deze neutraliteit zal niet lang standhouden. Het Afrika dat Bobby en Linda leren kennen is niet dat van de romantiek of de zendingsdrang, maar iets oneindig veel dubbelzinnigers.

Eigenlijk had ik Een staat van vrijheid voor de prijswinnaars categorie bedacht, het boek won de Booker Prize in 1971 en schrijver V.S. Naipaul de Nobelprijs voor de literatuur in 2001. Maar ik las al de nodige prijswinnaars, en heb er nog genoeg liggen bovendien, terwijl de categorie Afrika zich nogal moeizaam vult. Gezien bovenstaande tekst, te vinden op de achterflap, is een switch dan snel gemaakt.

Blijkt bij lezing dat het helemaal geen roman is, maar een verhalenbundel, waarvan alleen het titelverhaal zich in Afrika afspeelt. Maar dat titelverhaal is dan wel langer dan mijn enige bijdrage in de categorie tot nog toe, dus vooruit.

Vijf verhalen, drie lange en twee korte die als proloog en epiloog fungeren, maar één overkoepelend thema: de prijs van vrijheid. Persoonlijke favoriet: Een der velen. Soms wat gedateerd, ook qua taalgebruik, maar na bijna veertig jaar is dat misschien ook niet zo gek.

(V.S. Naipaul - Een staat van vrijheid)

In De halfbroer werd Knut Hamsun genoemd en ging de aandacht vooral uit naar zijn boeken, en ook in De roodborst werd Hamsun genoemd maar daar ging de aandacht vooral uit naar zijn daden.

Ook bij de viering van Hamsun’s 150ste geboortedag gaat de aandacht vooralsnog vooral uit naar zijn daden. In 1920 won hij de Nobelprijs voor de literatuur en de daarbij behorende medaille deed hij in 1943 cadeau aan Joseph Goebels. En ook met Adolf Hitler had Hamsun enkele ontmoetingen.

De verhalen in De koningin van Sheba stammen nog van voor de Nobelprijs, en dus ook van voor zijn nazi sympathieën. En ik ben van mening dat Lars Saabye Christensen er goed aan doet om Hamsun te rehabiliteren in De halfbroer (ook daar worden de complete werken van Hamsun in de kachel verbrand vanwege zijn nazi sympathieën, maar later wordt met de verfilming van Honger de aandacht toch weer op de woorden gericht, en niet op de daden). Verrassend modern zijn de verhalen in deze bundel, ondanks koetsen en stoomtreinen. Lichtelijk pessimistisch met karakters die niet krijgen wat ze zouden willen, of dat nu succes of liefde is.

Nog een kleine kanttekening over de uitgave: De koningin van Sheba, op het schutblad alweer De koningin van Sheba [en andere verhalen] geheten, is uitgegeven door Brightlights.
Brightlights, onderdeel van De Pers, wil goede boeken die nu nog een klein publiek bedienen onder de aandacht te brengen van het grote publiek. De bijbehorende website, eens kijken welke titels ze nog meer uitgeven, meldt slechts: “Kunstlicht”. En aan het einde van De koningin van Sheba, die titel wil maar niet duidelijk worden want in het titelverhaal zelf is continue sprake van “De koningin van Scheba“, staan onder de titel à propos Hamsun 15 pagina’s lang Engelstalige fragmenten van diverse schrijvers (Henry Miller en Ovidius bijvoorbeeld). Wat er mee bedoeld wordt, of waar het voor dient is mij niet duidelijk. Het initiatief van Brightlights is goed, nu de uitwerking nog.

(Knut Hamsun - De koningin van Sheba)

“Mijn God, dit duurt langer dan een ziekte!”, verzucht Fermina Daza tijdens het kijken naar een film. Het had net zo goed op het boek Liefde in tijden van cholera kunnen slaan. Of misschien keek ze wel naar de verfilming daarvan.

Ik vind dit Gabriel García Márquez‘ minste roman die ik tot nog toe gelezen heb. Misschien waren mijn verwachtingen wel te hoog. Het boek staat tenslotte bekend als hoogtepunt uit de wereldliteratuur. Mij was het allemaal te romantisch. Thema’s als liefde, ouderdom en dood heeft Márquez beter uitgewerkt, in Herinnering aan mijn droevige hoeren bijvoorbeeld. De slotzin toont gelijkenis met die van De kolonel krijgt nooit post, maar is lang niet zo sterk, een beetje lafjes/slapjes zoals de rest van het boek. Liefde in tijden van cholera bevat echter af en toe een rake waarheid, een stuk of tien zinnen om op te kauwen en herkauwen, die het lezen de moeite waard maakt. Dat belooft weinig goeds voor die film, dat soort zinnen laat zich niet filmen.

(Gabriel García Márquez - Liefde in tijden van cholera)

Gabriel García Márquez - Verzamelde romans
Willekeurig pak ik een roman van Gabriel García Márquez uit de doos Verzamelde Romans. Nee, niet geheel willekeurig. De dunste, even iets tussendoor lezen omdat een ander boek maar niet wil boeien. De kolonel krijgt nooit post, uit 1957. En dan komt oktober al om de hoek kijken.

Oktober had zich op de patio genesteld. Hij keek naar de plantengroei die in intense tinten groen doorbrak, naar de piepkleine tentheuveltjes van de wormen in de modder, en opnieuw voelde hij de rampzalige maand in zijn ingewanden.

Mooie, korte roman. En zo compleet al, bij zijn tweede. Eentje om snel te herlezen.

Honderd jaar eenzaamheid werd al eens verkozen tot boek met de mooiste openingszin, maar mocht er eens een verkiezing komen voor het beste slot, dan moet De kolonel krijgt nooit post maar winnen:

De kolonel had vijfenzeventig jaar - alle vijfenzeventig jaar van zijn leven, minuut voor minuut - nodig gehad om op dit punt te belanden. Hij voelde zich zuiver, ondubbelzinnig, onoverwinnelijk toen hij zijn antwoord gaf: ‘Stront.’

(Gabriel García Márquez - De kolonel krijgt nooit post)

Sneeuwland

Ook het tweede boek dat ik van Yasunari Kawabata lees, Sneeuwland, bevalt erg goed. Toch is dit een heel ander boek dan De schone slaapsters. Dat is een vrijwel tijdloos boek, in een vrijwel anonieme wereld. De schone slaapsters zou je gemakkelijk kunnen verfilmen in Nederland, met bijvoorbeeld Jan Decleir als de oude Eguchi.

Sneeuwland is veel Japanser van toon. Het verhaal draait om een Geisha uit de provincie en een man uit Tokyo. Het speelt zich af in een dorpje in het noorden van Japan. Rijstvelden, besneeuwde bergen, kimono’s, spijzen en dranken, architectuur, alles is typisch Japans en daardoor veel minder tijdloos. Maar daarom nog niet minder mooi.

(Yasunari Kawabata - Sneeuwland)

Ter vergelijking van De schone slaapsters herlas ik Herinnering aan mijn droeve hoeren. Gabriel García Márquez heeft de eerste zin van De schone slaapsters als moto mee gegeven. Gek genoeg in verleden tijd.

Bij Yasunari Kawabata is de oude man 67, “Ik ben nog niet oud genoeg om aan een handje geleid te worden.”, bij García Márquez is de man 90, “De leeftijd is niet de leeftijd die je hebt, maar die je voelt.” De hoofdpersoon bij García Márquez is bovendien journalist, net als García Márquez zelf en Kawabata. Ook hier een oude man, een slapend meisje, herinneringen aan de vrouwen in zijn leven, zijn moeder, zijn bruid waar hij nooit mee zou trouwen, en de 514 vrouwen met wie hij minsten een maal de daad heeft gedaan.

Het blijft een mooie roman, niet alleen een eerbetoon aan de liefde en het leven, maar tevens ook een eerbetoon aan een door hem bewonderd boek.

(Gabriel García Márquez - Herinnering aan mijn droeve hoeren)

Een deel van zijn werk werd geïnspireerd door werk van een andere Nobelprijswinnaar: De schone slaapsters van Yasunari Kawabata.
‘Het is het enige boek dat ik ooit heb gelezen waar ik jaloers op was. Ik las het en zei:”Waarom heb ik dat niet bedacht?”‘

Een fragment uit één van de interviews met Gabriel García Márquez in Ik was al beroemd voordat iemand me kende. Toen ik het boek tegenkwam in de winkel hoefde ik niet lang te aarzelen.

Vervolgens heeft Gabriel García Márquez dat boek alsnog min of meer zelf bedacht want Herinnering aan mijn droeve hoeren heeft een gelijke thematiek als De schone slaapsters van Yasunari Kawabata. Oude mannen, jonge vrouwen, de dood en erotiek.

Het is een wonderlijk verhaal dat Kawabata vertelt. Een oude man, 67 nog maar, die af en toe naar een huis gaat waar een naakt slapend meisje ligt. Iedere keer een ander. De meisjes zijn gedrogeerd, voor de man liggen ook slaappillen klaar. Seks vind er niet plaats. Wel herinnert de man zich door de meisjes allerlei andere vrouwen: zijn moeder, zijn dochter, een geisha, een avontuurtje.

Het is een fascinerende wereld die Kawabata schetst.

(Yasunari Kawabata - De schone slaapsters)

Geen IJslandse leestekens in Aan de voet van de gletsjer, op de æ in Snæfellsgletsjer na dan. Wel Deens, Spaans, Duits, Frans en Engels. Een echte Europese roman kortom. De Snæfellsgletsjer ligt trouwens aan dezelfde baai, Breiðarfjörður, als waar Flatey in ligt. De Snæfellsgletsjer is ook de plek waar Jules Verne zijn personages laat afzakken naar het middelpunt der aarde.

Aan de voet van de gletsjer van de IJslandse Nobelprijswinnaar Halldór Laxness is een pretentieus boek. Droomnovelle, parodie, filosofische roman, reisverslag, liefdesverhaal en science fiction ineen. “De absurditeit van deze dialogen doet vaak aan Monty Python denken”, schreef Peter Swanborn in de Volkskrant. En hoewel het boek zeker zijn momenten heeft was het mij toch teveel filosofische en theologische blabla. Wel een typisch IJslandse roman: rustige opbouw, poëtisch, beschouwend.

(Halldór Laxness - Aan de voet van de gletsjer)

Van al die interviews met Gabriel García Márquez kreeg ik zin om weer eens wat van hem te lezen. Het werd Kroniek van een aangekondigde dood, een titel die mij was opgevallen bij een van de interviews. García Márquez de journalist is hier aan het werk, hier en daar de werkelijkheid licht naar zijn hand zettend. Een mooi verhaal over eerwraak, altijd gedacht dat dat iets typisch moslims was (niet dus), en over mensen die denken dat een andere wel de verantwoordelijkheid op zich neemt (niet dus) tot het te laat is.

Met een nawoord van Tommy Wieringa, staat er voorop het boek. Al net zo’n nawoord als eerder het voorwoord van Jan Wolkers bij de verhalen van Edgar Allan Poe. Een essay dat niet specifiek voor dit boek geschreven is. Aardig, maar weinig toegevoegde waarde.

(Gabriel García Márquez - Kroniek van een aangekondigde dood)

Tachtig werd hij dit jaar, schrijver Gabriel García Márquez. Ter gelegenheid daarvan verscheen de interviewbundel Ik was al beroemd voordat iemand me kende met een zestal interviews uit de periode 1971-1997. Wat opvalt is dat García Márquez consequent aan zijn verhaal vasthoudt. Of het nu 1971 is, 1982 of 1997, in grote lijnen vertelt hij altijd weer hetzelfde verhaal, hoewel hij in details weer wel varieert want hij is wel zo vriendelijk om de betreffende journalist met een nieuw verhaal naar huis te sturen.
Het is daardoor niet alleen een bundel over García Márquez geworden, maar ook een over interviewen en de techniek die daar bij komt kijken, het uitwerken en er een verhaal van maken. Op meerdere manieren boeiend leesvoer.

(Gabriel García Márquez - Ik was al beroemd voordat iemand me kende)

Zodra ik het stukje van iamzero las wist ik dat ik dit boek ook moest lezen. Al was het maar omdat Het verzuim van de dood van José Saramago hetzelfde onderwerp heeft als Maaierstijd van Terry Pratchett, de stakende dood.
Het viel nog niet mee. Het verhaal, relaas zoals de alwetende verteller het met regelmaat noemt, kent aanvankelijk geen hoofdpersoon en is geschreven in ellenlange zinnen en even lange alinea’s. En Saramago beloofd dan wel op de achterkant: “Deze roman zal menige schaterlach aan de lezer ontlokken“, ook dat viel tegen.

Het thema “de dood staakt, en de problemen stapelen zich op” blijkt slechts de helft van het boek te beslaan, na een brief aan de directeur van de nationale televisie zender gaat de dood weer aan de slag, met het verschil dat mensen voortaan een week van tevoren een brief krijgen, om orde op zaken te kunnen stellen. Eén zo’n brief komt merkwaardigerwijs telkens weer bij de dood terug, de beoogde ontvanger blijft leven. Uiteindelijk blijkt het dan toch weer om de eeuwige liefde te draaien, liefde overwint alles, in dit geval zelfs de dood.

Naast deze twee verhalen zit er nog een derde laag, de betekenis van woorden, door het boek heen, ingegeven door het motto van Wittgenstein voorin het boek. Ook dit keer dus teveel, ook dit keer had het met minder beter kunnen zijn. Wederom doodzonde.

(José Saramago - Het verzuim van de dood)

Gabriel García Márqeuz is een schrijver die je gelezen hoort te hebben. Dat idee heb ik tenminste altijd. Het kwam er alleen nooit van. Honderd jaar eenzaamheid staat al jaren (zeker 10) ongelezen in de kast. En verder heb ik nog het journalistieke relaas Ontvoeringsbericht, niet verder gekomen dan bladzijde 64. Herinnering aan mijn droeve hoeren telt slechts 128 bladzijden, ideaal voor een kennismaking.

Ik vraag me af of het de naam roman wel waard is, of het niet eerder een verhalenbundel is met slechts één verhaal. Maar roman of verhaal, Herinnering aan mijn droeve hoeren is een schitterend kleinood. Een man besluit zichzelf voor zijn 90ste verjaardag een nacht met een maagd kado te doen. Zijn hele leven lang geniet hij de betaalde liefde:

Vanaf mijn twintigste legde ik een register aan waarin ik naam, leeftijd, plaats en een kort bericht over omstandigheden en stijl noteerde. Tot mijn vijftigste had ik vijfhonderdveertien vrouwen genoteerd met wie ik minstens eenmaal was geweest.

Maar nu, aan het eind van zijn leven, als hij de dagen slijt met het herlezen van zijn klassieke auteurs en het beluisteren van hoogstaande muziek, wordt hij verliefd.
Herinneringen aan het verleden, (dag)dromen en de nachten met Delgadina (zoals hij haar is gaan noemen) wisselen elkaar af. Het boek is misschien niet zo’n meesterwerk als Honderd jaar eenzaamheid of Liefde in tijden van cholera, het is een prachtig verhaal van een auteur op leeftijd over de liefde en het leven.

(Gabriel García Márquez - Herinnering aan mijn droeve hoeren)

Hij en zijn man

Ook schrijvers lezen boeken. Maar daar hoor je ze eigenlijk nooit over, of beter: ik hoor ze daar nooit over. Maar ze doen het, ze schrijven niet alleen, ze lezen ook.
Arnon Grunberg leest J.M.Coetzee. Zoveel is duidelijk na het lezen van Hij en zijn man, een boekje met daarin een verhaal dat J.M.Coetzee las bij de uitrijking van de Nobelprijs, de tafelrede die hij hield bij het Nobelbanket en een antwoord van Arnon Grunberg.

Het antwoord van Grunberg, de deuren zijn geduldig, is een poging om aan te tonen waarom Coetzee gelezen moet worden:

In dit stuk wil ik proberen ten minste één uitspraak over Coetzee en zijn werk te doen die niet tegelijkertijd ook nog op tienduizend andere schrijvers en boeken van toepassing zijn.

Grunberg doet dit door veel te citeren uit de boeken van Coetzee, maar met name uit Elizabeth Costello, alsmede uit lezingen, essays en interviews. Te veel.
Van Coetzee las ik eerder slechts In ongenade. Ik was er niet weg van. En ook het verhaal Hij en zijn man deed mij vooral afvragen wat Coetzee nu eigenlijk wil zeggen.
“Lezen is vertalen”, aldus Coetzee. Of Grunberg geslaagt is in zijn opzet om die ene uitspraak te doen weet ik niet zo goed. Wat ik wel weet is dat Grunberg een goede vertaler (niet letterlijk, maar inhoudelijk, lezer dus) is van het werk van Coetzee. En dat ik Elizabeth Costello wil lezen.

(J.M.Coetzee - Hij en zijn man)