De kolonel krijgt nooit post

Gabriel García Márquez - Verzamelde romans
Willekeurig pak ik een roman van Gabriel García Márquez uit de doos Verzamelde Romans. Nee, niet geheel willekeurig. De dunste, even iets tussendoor lezen omdat een ander boek maar niet wil boeien. De kolonel krijgt nooit post, uit 1957. En dan komt oktober al om de hoek kijken.

Oktober had zich op de patio genesteld. Hij keek naar de plantengroei die in intense tinten groen doorbrak, naar de piepkleine tentheuveltjes van de wormen in de modder, en opnieuw voelde hij de rampzalige maand in zijn ingewanden.

Mooie, korte roman. En zo compleet al, bij zijn tweede. Eentje om snel te herlezen.

Honderd jaar eenzaamheid werd al eens verkozen tot boek met de mooiste openingszin, maar mocht er eens een verkiezing komen voor het beste slot, dan moet De kolonel krijgt nooit post maar winnen:

De kolonel had vijfenzeventig jaar – alle vijfenzeventig jaar van zijn leven, minuut voor minuut – nodig gehad om op dit punt te belanden. Hij voelde zich zuiver, ondubbelzinnig, onoverwinnelijk toen hij zijn antwoord gaf: ‘Stront.’

(Gabriel García Márquez – De kolonel krijgt nooit post)

Sneeuwland

Ook het tweede boek dat ik van Yasunari Kawabata lees, Sneeuwland, bevalt erg goed. Toch is dit een heel ander boek dan De schone slaapsters. Dat is een vrijwel tijdloos boek, in een vrijwel anonieme wereld. De schone slaapsters zou je gemakkelijk kunnen verfilmen in Nederland, met bijvoorbeeld Jan Decleir als de oude Eguchi.

Sneeuwland is veel Japanser van toon. Het verhaal draait om een Geisha uit de provincie en een man uit Tokyo. Het speelt zich af in een dorpje in het noorden van Japan. Rijstvelden, besneeuwde bergen, kimono’s, spijzen en dranken, architectuur, alles is typisch Japans en daardoor veel minder tijdloos. Maar daarom nog niet minder mooi.

(Yasunari Kawabata – Sneeuwland)

Herinnering aan mijn droeve hoeren

Ter vergelijking van De schone slaapsters herlas ik Herinnering aan mijn droeve hoeren. Gabriel García Márquez heeft de eerste zin van De schone slaapsters als moto mee gegeven. Gek genoeg in verleden tijd.

Bij Yasunari Kawabata is de oude man 67, “Ik ben nog niet oud genoeg om aan een handje geleid te worden.”, bij García Márquez is de man 90, “De leeftijd is niet de leeftijd die je hebt, maar die je voelt.” De hoofdpersoon bij García Márquez is bovendien journalist, net als García Márquez zelf en Kawabata. Ook hier een oude man, een slapend meisje, herinneringen aan de vrouwen in zijn leven, zijn moeder, zijn bruid waar hij nooit mee zou trouwen, en de 514 vrouwen met wie hij minsten een maal de daad heeft gedaan.

Het blijft een mooie roman, niet alleen een eerbetoon aan de liefde en het leven, maar tevens ook een eerbetoon aan een door hem bewonderd boek.

(Gabriel García Márquez – Herinnering aan mijn droeve hoeren)

De schone slaapsters

Een deel van zijn werk werd geïnspireerd door werk van een andere Nobelprijswinnaar: De schone slaapsters van Yasunari Kawabata.
‘Het is het enige boek dat ik ooit heb gelezen waar ik jaloers op was. Ik las het en zei:”Waarom heb ik dat niet bedacht?”‘

Een fragment uit één van de interviews met Gabriel García Márquez in Ik was al beroemd voordat iemand me kende. Toen ik het boek tegenkwam in de winkel hoefde ik niet lang te aarzelen.

Vervolgens heeft Gabriel García Márquez dat boek alsnog min of meer zelf bedacht want Herinnering aan mijn droeve hoeren heeft een gelijke thematiek als De schone slaapsters van Yasunari Kawabata. Oude mannen, jonge vrouwen, de dood en erotiek.

Het is een wonderlijk verhaal dat Kawabata vertelt. Een oude man, 67 nog maar, die af en toe naar een huis gaat waar een naakt slapend meisje ligt. Iedere keer een ander. De meisjes zijn gedrogeerd, voor de man liggen ook slaappillen klaar. Seks vind er niet plaats. Wel herinnert de man zich door de meisjes allerlei andere vrouwen: zijn moeder, zijn dochter, een geisha, een avontuurtje.

Het is een fascinerende wereld die Kawabata schetst.

(Yasunari Kawabata – De schone slaapsters)

Aan de voet van de gletsjer

Geen IJslandse leestekens in Aan de voet van de gletsjer, op de æ in Snæfellsgletsjer na dan. Wel Deens, Spaans, Duits, Frans en Engels. Een echte Europese roman kortom. De Snæfellsgletsjer ligt trouwens aan dezelfde baai, Breiðarfjörður, als waar Flatey in ligt. De Snæfellsgletsjer is ook de plek waar Jules Verne zijn personages laat afzakken naar het middelpunt der aarde.

Aan de voet van de gletsjer van de IJslandse Nobelprijswinnaar Halldór Laxness is een pretentieus boek. Droomnovelle, parodie, filosofische roman, reisverslag, liefdesverhaal en science fiction ineen. “De absurditeit van deze dialogen doet vaak aan Monty Python denken”, schreef Peter Swanborn in de Volkskrant. En hoewel het boek zeker zijn momenten heeft was het mij toch teveel filosofische en theologische blabla. Wel een typisch IJslandse roman: rustige opbouw, poëtisch, beschouwend.

(Halldór Laxness – Aan de voet van de gletsjer)