“Jacks dood, Neela’s liefde, de verslagen furie, Asmaans olifant, Elenors verdriet, Mila’s pijn, de denigrerende trionmfantelijkheid van loodgieter Beuys, het einde van de zomer, de coup van Bolgolam in Lillipiut-Blefuscu, Solanka’s eigen jalouzie op de RV-radicaal Babur, zijn ruzie met Neela, het gegil in de nacht, het vertellen van zijn persoonlijke ‘oerverhaal’. de supersonische ontwikkeling van het Galileo-Koningspoppenproject en het gigantische succes van de tegencoup van Commandant Akasz, Neela’s op hande vertrek: de versnelling van de tijdstroom was zo overweldigend dat het bijna komisch werd.”
Het boekenweekgeschenk van 2001. Tweeënenhalf keer zo dik als normaal, en dan, bijna aan het eind, een samenvatting van de schrijver zelf. Komisch indeed.
Weinig samenhang maar wel vreselijk rijk aan ideeen. Misschien wel te veel. “Woede schetst een actueel portret van een leven aan het begin van het derde millennium”, aldus de achterflap. Maar geschreven voor 9/11 en dus vooral het portret aan het eind van het tweede millennium. Eén ding is zeker, Rushdie voelt de tijdsgeest goed aan, het is soms net een vooraankondiging van 9/11. En waar De grond onder haar voeten een ode is aan de popmuziek (van horen zeggen) is Woede dat voor science fiction. Uiteindelijk niet echt bevredigend: te veel begonnen, te weinig afgemaakt.
(Salman Rushdie – Woede)