De twaalfde man

De twaalfde man kreeg ik als extraatje bij een serie thrillers van Gouden Strop winnaars. En aangezien de voorkant suggereert dat het hier een voetbalthriller betreft, leek dit mij een geschikt moment om dit boek te lezen.

Oorspronkelijk verscheen De twaalfde man als dagelijks feuilleton in De Gelderlander tijdens de maand van het spannende boek en het WK voetbal 2006. Geschreven door Jac. Toes en dichter/ schrijver/columnist Arnold Jansen op de Haar. Van dat voetbal is niet veel te merken, op af en toe wat lallende supporters en een enkele melding van een verloren wedstrijd na. Dat het als feuilleton is geschreven is meer merkbaar, evenals het feit dat de krantenlezer door middel van multiplechoice voortgangsvragen de verhaallijn kon beïnvloeden. Aan het eind van elk, kort, hoofdstuk een cliffhanger, en soms een wat wonderlijke voortgang van het verhaal. En uiteraard zo af en toe een melding over De Gelderlander.

Al met al doet het vooral aan een soap denken. Als luchtige noot tussen het wereldnieuws en de verrichtingen van Oranje in Duitsland zal het allemaal best aardig zijn geweest, maar in boekvorm is het niveau toch enigszins Jac. Toes onwaardig. Of dat ook geldt voor Arnold Jansen op de Haar blijft vooralsnog onbekend.

(Jac. Toes & Arnold Jansen op de Haar – De twaalfde man)

Fotofinish

Ja, zo hoort een Gouden Strop winnaar te zijn. Spannend en met onverwachte plotwendingen. Fotofinish heeft het. Met Dubbelspoor en De afrekening waren er al eerder nominaties voor Jac. Toes maar met zijn vierde thriller, en derde nominatie, was het dan eindelijk raak, en dat met een romannetje van slechts honderd bladzijden.

Voor het overige is het weer een typische Toes: veel drank en sigaretten en een advocaat in de hoofdrol. Aardig zijn de cameo’s van Donald de Wacht en Fred Benter die na drie boeken aan de kant zijn gezet.

Het is Benter, een eenpitter die kantoor houdt aan de rand van de hoerenbuurt. Vroeger waren zijn klanten de tippelaarsters die voor zijn deur liepen te heupwiegen. De rest van zijn clientèle woonde niet veel verder om de hoek, waar ze de hele opiumwet bij elkaar spoten, rookten en verhandelden. Af en toe beroofden ze een late fietser en als het zo uitkwam, elkaar. Toen hij zelf een keer was geript, specialiseerde hij zich in fiscaal recht. Sindsdien spoort hij voor de anonieme bazen van dat tuig de kronkelweggetjes op in het internationale geldverkeer.

(Jac. Toes – Fotofinish)

De kleine leugen

Acht jaar na De afrekening schreef Jac. Toes De kleine leugen, met wederom een hoofdrol voor advocaat Benter. De love interest is na acht jaar verleden tijd en ook zijn journalistenvriendje is verdwenen. Minder drank, minder sigaretten, minder actie. Wel zijn de karakters duidelijk beter ontwikkeld dan in De afrekening, minder stereotype, meer vlees en bloed. Goed voorbeeld is de reactie van de vrouw van de verdwenen echtgenoot: “Stefan is niet weg, hij is onderweg.” Pretig leesbare woonwijkblues waarbij dierenactivisme centraal staat.

(Jac. Toes – De kleine leugen)

De afrekening

Aardige thriller met een advocaat en een journalist als speurdersduo. De tweede in een reeks van drie, wat overigens niet te merken is. Jac. Toes wisselt spitse dialogen af met prima actie. Met een journalist in de hoofdrol is er veel tijd voor drank en sigaretten.

De afrekening werd genomineerd voor de Gouden Strop 1994. Dat lees ik er toch niet aan af. Maar goed, in ’94 won Maarten ‘t Hart met Het woeden der gehele wereld de Gouden Strop, en dat is nu ook niet bepaald een echte thriller. De Nederlandse thriller is er sinds ’94 flink op vooruit gegaan. Of ’94 was een slap jaar, dat kan ook.

(Jac. Toes – De afrekening)