De proloog

Morgen moet ik de proloog winnen. Er is elk jaar maar één proloog, de proloog van de Tour de France. De proloog is maar vijf kilometer en zeshonderd meter maar als je hem wint is je seizoen goed.

Elk jaar is er maar één wielerwedstrijd, de Tour de France. Nou ja, voor mij dan. De Vuelta, de Giro, de voorjaarsklassiekers, aan mij gaat het allemaal voorbij. Maar dus niet met de Tour. En elk jaar lees ik tijdens de tour minstens één titel over wielrennen. Dit jaar zelfs al voor de Tour want De proloog van Bert Wagendorp gaat over de proloog, en om zoiets nu tijdens de achtste etappe te lezen…

De proloog vermengt op mooie wijze feiten uit de wielerhistorie met een fictief verhaal. De nacht voordat de proloog van start gaat ligt een renner, “de student” zoals zijn kamergenoot hem noemt (en dat omdat hij wel eens een boek leest), wakker en overdenkt de wielerwereld. Af en toe wordt zijn kamergenoot wakker van het gewoel en praten ze samen. Een stoet van bestaande renners komt voorbij alsmede de onvermijdelijke doping en het verkopen van de koers.

We gingen er niet eens van uit dat je naturel zou kunnen winnen, de winnaar had gekocht of geslikt en waarschijnlijk allebei, dat lag vast.

Een leuk detail is dat de twee renners nogal afgegeven op de pers, leuk omdat Bert Wagendorp zes keer de Tour versloeg voor de Volkskrant.

(Bert Wagendorp – De proloog)

De Muur #10

Terwijl Lance Armstrong met champagne voor de 7de keer in het geel naar de finish in Parijs reedt, finishte ik mijn tweede wielerboek van deze tour. Eigenlijk een tijdschrift. De Muur. Wielertijdschrift voor Nederland en Vlaanderen. Nummer 10, juni 2005. Maar qua feel en vormgeving eerder een periodiek verschijnende verhalen- en gedichtbundel. En ook niet onbelangrijk: EXTRA DIK Zoetemelk-nummer. Sluit mooi aan bij het eerste wielerboek.
Qua inhoud is het wisselend. De bijdrage van de huidige tourdirecteur Jean-Marie Leblanc is niet meer dan een eerbetoon aan de renner Zoetemelk, een opsomming van de feiten betreffende de tourprestaties van Joop. Aardige woorden, maar meer ook niet. Ook de bijdrage van Wilfried de Jong valt tegen, jagen met Joop voor Sportpaleis de Jong en hoe dat niets opleverde.
Maar de uitschieters maken een hoop goed. De gedichten van Huisdichter Cornelis en Harry Zevenbergen. Philip Freriks over het ‘Pfff’ van Joop en hoe Frans dat wel niet is. Een interview wat Jan Kal (de dichter van het wonderschone Mont Ventoux) hield met Zoetemelk in 1976 voor de Haagse Post (in 1978: “Ik ben die man met dat lange haar, van de HP”, hielp Kal hem. “Twee jaar geleden hebben we elkaar gesproken”. “O ja”, zei Joop Zoetemelk. “Dat is waar ook. Toen kwam er zo’n mafketel langs”). En deel 7 van de serie Pieter Weening op weg naar de tourzege van Volkskrant journalist Bert Wagendorp, op zoek naar een overeenkomst tussen Pieter Weening en Joop Zoetemelk die uiteindelijk ligt in de numerologie:

Hoe dan ook, de letters JOOPZOETEMELK vertegenwoordigen een numerologische waarde van 168. Die getallen dienen volgens de mystieke wetten van de numerlogie te worden opgeteld (15), waarna ook die twee cijfers moeten worden opgeteld. De numerologische waarde van Joop Zoetemelk kan zodoende worden vastgesteld op 6.
Pieter Weening heeft een waarde van 150. Nu is nog maar een optelling nodig: 1+5=6!

Pieter Weening wordt dus de volgende Nederlandse tourwinnaar. Alleen jammer dat zijn waarde niet 4 is, zoals bij Eddy Merckx, Miguel Indurain en Jacques Anquetil, allen 5-voudig tour winnaar. Lance Armstrong heeft zelfs een numerologische waarde van 7, als dat geen toeval is.
En misschien is het wel allemaal onzin, maar wel vermakelijke onzin. 1 juli 2006 start de tour in Strasbourg, tegen die tijd sla ik ook weer een wielerboek open. Wie weet De Muur, nummer 13, juni 2006.

(De Muur – Nummer 10, juni 2005)

De Tour van ’80

Ik heb de rare gewoonte om over wielrennen te willen lezen zodra de Tour de France verreden wordt. Dit jaar werd het De Tour van ’80 van Mart Smeets.
Ik kan mij weinig herinneren van de laatste Nederlandse tour overwinning. Van Agt op een fiets, maar dat kan ook later geweest zijn. Thuis werd er niet naar sport gekeken, hooguit af en toe een interland. Bij de buurman zag ik wel eens wat, wielrenners door een vlaag sigarenrook. Maar misschien duurt een Tour ook wel te lang voor een 9 jarige. Of, wat je door het verhaal heen leest, er was ook veel minder van de tour te zien op tv. Geen tourjounaal, geen NOS avondetappe. Maar ach, ook daar zou niet naar gekeken zijn. En zeker niet door een 9 jarige.

Het boek is een mooi stukje sportgeschiedenis. Mart Smeets weet het spannend te brengen ook al weet je de afloop, hoewel hij soms schrijft zoals hij ook praat:

En waar kwam ineens het gevaar vandaan?
Van Zoetemelk.
Pardon?
Ja, ineens en onverwacht, ging Joop aan de kop van het peloton sleuren en deed dat met zoveel inzet en verve dat het achter hem kraakte.

Dat irritante toontje, met vragen stellen en er tegelijk antwoord op geven. Het “opa Smeets” toontje zoals ik dat noem.
Soms zou ik wel een tijdmachine willen hebben, want wat moet dat mooi geweest zijn toen in 1980. Joop in het geel, Hennie Kuiper tweede, Johan van der Velde in het wit en de Nederlandse Raleighploeg als winnaar van het ploegenklassement. 2 gewonnen ploegentijdritten en 10x etappewinst met Jan Raas, Bert Oosterbosch, Henk Lubberding, Cees Priem en Gerrie Knetemann.
Nu moet ik het doen met een boekje van Mart Smeets (De man Joop Zoetemelk (die mij na al die jaren nog altijd consequent ‘Mark’ noemt) ging steeds meer voor me leven.). En met goede vooruitzichten in de etappe van vandaag. Wie weet kan Smeets daar ook nog eens een boekje over schrijven, ik zal het met plezier lezen, ergens in juli.

(Mart Smeets – De Tour van ’80)

43 wielerverhalen

Ik heb de rare gewoonte om over wielrennen te willen lezen zodra de Tour de France verreden wordt. Begin juli begon ik daarom aan de bundel 43 wielerverhalen van Tim Krabbé. En gisteren las ik dan eindelijk het laatste verhaal.

Vorig jaar las ik tijdens de tour De kopgroep en Een lange ontsnapping van Mart Smeets, maar bovenal de wielerroman aller tijden: De Renner van Tim Krabbé.
43 wielerverhalen is geschreven in de geest van De Renner. Het betreft een verzameling columns die hij in de jaren ‘80-’84 schreef voor NRC Handelsblad. Ik heb wel eens gelezen dat Tim Krabbé er spijt van heeft dat ze in boekvorm zijn verschenen.
Niet alle verhalen zijn even sterk, wat ongetwijfeld de reden is dat het boek ver na de tour eindelijk van het nachtkastje naar de boekenkast kan verhuizen. Uitschieters zijn De romanfiguur, over De Renner, en Jerry Cotton en het dopingmysterie, nog altijd een actueel onderwerp (nu ook weer met de spelen) en waar Krabbé verrassend standpunt neemt:

De een heeft meer aanleg, de ander is bereid harder te trainen, iemand zit urenlang zijn remmen uit te boren of verzetten uit te rekenen (50×13; dat niemand daar eerder op gekomen is!), weer een ander heeft voor het uitblinken het volgen van een schriftelijke dieetcursus over. Als nu een renner bereid is zich serieus in de farmaceutica te verdiepen en zich als vrucht van die studie weet te voorzien van een uitgebalanceerd spectrum aan drugs voor alle omstandigheden, waarom zou dan hij níet de lof verdienen dat hij ‘zich volledig voor zijn sport inzet’?

43 wielerverhalen is al met al een aardig boek, geschreven door iemand die de sport van binnenuit kent, hoewel sommige verhalen wat gedateerd aandoen.

(Tim Krabbé – 43 wielerverhalen)