Zomerhitte

Het boekenweekgeschenk van 2005. Ondanks een oplage van 751.000 exemplaren als boekenweekgeschenk ligt er nu een fraai gebonden filmeditie van Zomerhitte in de winkel. Waar het boekenweekgeschenk de blote kont van Karina toonde is nu voor een met een handdoek bedekte Sophie Hilbrand gekozen. Een stuk preutser. Het mooiste is echter de bijbehorende dvd met daarop het laatste gefilmde interview met Jan Wolkers. Een oude man die scheefgezakt in zijn stoel volledig het gesprek naar zijn hand zet, met op de achtergrond één van zijn laatste schilderijen.

Deze keer beviel het herlezen mij beter. Het mag dan niet Wolkers sterkste roman zijn, er zit meer dan genoeg in om van te genieten. De gesprekken tussen de hoofdpersoon en Federici over kunst, de beschrijvingen van de natuur, de opmerkingen over fotografie. Alleen aan de topografische kennis van Kathleen mankeert wat:

“Het is toch alleen de afsluitdijk af en dan over Hoorn naar Amsterdam.”

De boot vanaf Texel komt echter in Den Helder aan, de afsluitdijk kun je, letterlijk en figuurlijk, links laten liggen.

En dat ik bij de eerste lezing al moest denken aan verfilming met Monique van de Ven. Voor de hoofdrol was ze te oud, maar aan een regiedebuut had ik nooit gedacht. Ik ben erg benieuwd naar de film.

(Jan Wolkers – Zomerhitte)

Zo is het genoeg

Het laatste jaar van Jan Wolkers. Zo luidt de ondertitel van Zo is het genoeg geschreven door Wolkers’ biograaf Onno Blom. Een klein requiem in vijf delen. Een dag Wolkers in 2007, de kunst in dat laatste jaar, het schrijven in dat laatste jaar, bezoek in dat laatste jaar en het sterven zelf. Vooral dat laatste deel rijk voorzien van fragmenten uit Wolkers’ werk.

Het is een liefdevol portret geworden. Niet alleen van Jan Wolkers, maar ook van Karina. Het is mooi om te lezen hoe levenslustig hij was tot aan het einde, waar hij aan werkte, wat zijn plannen nog waren, hoe werk en leven door elkaar liepen tot in de dood.

(Onno Blom – Zo is het genoeg)

Dagboek 1976

Met het overlijden van Jan Wolkers was het de vraag hoe het met zijn dagboeken zou aflopen, of er nu nog meer zou komen. Een in ieder geval want recent verscheen het jaar 1976. Blijft de vraag of het hier bij blijft, ook na lezing van dit deel hoop ik van niet.

Dagboek 1976 is wat mij betreft het sterkste deel uit de serie tot nog toe. Wolkers werkt aan De kus en doet een hoop inspiratie op voor volgende boeken. Juffrouw Timmer, lerares Frans, gaat dood en Wolkers erft van haar een witte kan (zou verwerkt worden in Brandende liefde), zijn vader overlijdt en op Texel krijgt hij een gevonden doodshoofdvlinder (zou verwerkt worden in De doodshoofdvlinder). En dit keer wel een gebeurtenis die naar Zomerhitte verwijst:

Over het nieuws horen we dat in de Colombiaanse havenstad Bonaventure vijfendertig kilo cocaïne in boterblikjes in beslag is genomen ter waarde van vijf miljoen dollar. Hetzelfde idee dat ik had om hier op het eiland in een supermarkt een partij blikken olijfolie gevuld met heroïne verzeild te laten raken. [Dagboek 1976, dinsdag 14 september]

En dan is er nog de uit het nest gevallen kraai krasje die een half jaar lang de gemoederen bezig houdt.

Wolkers is ook een geweldig inspiratie bron. Na lezing van Dagboek 1972 kocht ik de orgelconcerten van Händel op cd, die ook in 1976 weer een paar keer voorbij komen, dit keer bestelde ik de film The third man omdat Wolkers daar zo enthousiast over is, en The big sleep van Raymond Chandler moest ik ook maar eens lezen.

(Jan Wolkers – Dagboek 1976)

Verhalen

Een beetje misleidend is het wel. Met een voorwoord van Jan Wolkers staat er voor op de bundel Verhalen van Edgar Allan Poe. Dat voorwoord blijkt echter het essay De bretels van Jupiter te zijn, verschenen in het NRC Handelsblad van 24 december 1987, in 1991 in de bundel Tarzan in Arles en in 2001 in de verzamelde essays De schuimspaan van de tijd. Niks nieuws onder de zon dus. Maar goed, ik las het nooit eerder, dus waar klaag ik over?

De bretels van Jupiter is een prachtige inleiding. In zijn typische stijl verhaald Jan Wolkers hoe hij in de oorlog tijdens het lezen van Poe ontdekt dat er een joekel van een fout zit in het verhaal The Gold-Bug. Na het voorwoord wil je niets liever dan meteen beginnen aan De goudkever. En een prachtig verhaal is het, De goudkever, ondanks die overtuigend bewezen fout. Hoewel, zelf zou ik het nooit ontdekt hebben.

Ook de andere 29 verhalen in deze bundel zijn mij goed bevallen. Opvallend vaak fris, ook al zijn de verhalen zo’n 150 jaar oud. Eigenlijk maar goed dat zo’n uitgever er voor kiest om een oud essay tot voorwoord te bestempel, anders had ik het nu niet, en misschien wel nooit gelezen.

(Edgar Allan Poe – Verhalen)

Jan Wolkers Foto

Dinsdag 29 augustus 1972

Om twaalf uur komt Steye Raviez fotograferen. Portretten van Karina en mij en van mij alleen.

In 1971 fotografeerde Steye Raviez Jan Wolkers voor het eerst, in opdracht van magazine Haagse Post. Die eerste sessie was de basis van een hechte vriendschap, en in de loop der jaren zou Raviez Wolkers en zijn gezin nog vele malen fotograferen. Een deel van die foto’s heeft nu zijn weg gevonden naar dit fotoboek. Een mooi overzicht, hoewel er naar mijn zin teveel foto’s zijn uit 2005, het jaar van het boekenweekgeschenk. Die foto’s zijn nog zo vers, en zo bekend. Meer plezier beleef ik aan de foto’s uit de jaren ’70, op Texel of op de volkstuin. Plaatjes bij de verhalen uit de dagboeken. Mooi ook de originele foto’s en de ernaast afgebeelde covers van tijdschriften.

Foto © Steye Raviez

Journalist Coen Verbraak interviewde Jan Wolkers over een aantal thema’s als begeleidende tekst. Dat levert geen nieuwe feiten op, wel een mooi portret.

(Steye Raviez & Coen Verbraak – Jan Wolkers Foto)