Alles is gekleurd

Alles is gekleurdMet als uitgangspunt het gedicht van K. Schippers:

Als je goed om je heen kijkt
zie je dat alles gekleurd is

zijn in Alles is gekleurd de meest recente essays van Joost Zwagerman rondom het thema kunst verzameld. In tegenstelling tot de eerdere verzameling over popmuziek wist Joost mij dit keer wel te boeien. Misschien omdat ik er voor koos de bundel niet van achter naar voren te lezen, maar kriskras door elkaar.

Ook dit keer komen een aantal favoriete onderwerpen van Zwagerman langs: Madonna, Lou Reed, Andy Warhol.

Een nadeel van zo’n bundeling is dat de essay’s eerder elders verschenen zijn. Doordat ik lang Vrij Nederland gelezen heb las ik soms een essay dat daar al eerder in verschenen was. Toch weet Zwagerman mij voor een groot deel inspireren om verder te lezen en te kijken. De verhalenbundel Beginners van Raymond Carver is aangeschaft naar aanleiding van een essay over Carver en diens korte verhalen, evenals het eerste seizoen van Mad Men naar aanleiding van een essay over Edward Hopper. Ook de films American Beauty, in meerdere essay’s genoemd, en Magnolia staan op het verlangenlijstje. Al met al een inspirerend boek.

(Joost Zwagerman – Alles is gekleurd)

Duel

Het boekenweekgeschenk van 2010.
Elke jaar weer hebben de christelijke boekhandels wel wat aan te merken op het boekenweekgeschenk, altijd goed voor een boycot en een bijbehorend persbericht. Joost Zwagerman is dit soort critici voor en opent zijn novelle met de zin “Godverdomme, die hand, die vuist!” Als je toch geboycot moet worden, dan maar om een goeie reden.

Eerder dit jaar leende ik Gimmick! bij de bibliotheek. De forum challenge categorie Dichtbij vraagt om een schrijver uit je woonplaats. Dat geeft de keuze uit Joost Zwagerman of ereburgeres Anna Bosboom-Toussaint (Geografisch gezien woon ik dichter bij Sint Pancras dan het centrum van Alkmaar en zou ik nog kunnen smokkelen met Bernlef). Nieuwsgierig of ik Gimmick! nu wel of niet ooit las, koos ik voor Zwagerman. Om na vijftig bladzijden het boek retour te brengen want dat boek is echt niet om te harden. Duel is dus een herkansing, anders moet het toch Bosboom-Toussaint worden. Als dan op bladzijde 14 van Duel de namen Walter van Raamsdonck, Massimo Groen en Theo Eckhardt tegenkom, personages uit Gimmick!, vrees ik het ergste, zeker in combinatie met die veranderde namen voor het Stedelijk museum, het Rijksmuseum en de Kunsthal. Maar uiteindelijk weet het verhaal toch te overtuigen.

Of misschien niet eens zozeer het verhaal, als wel alle kennis over moderne kunst. In Duel versmelt op aangename en overtuigende wijze Joost de romancier met Joost de essayist. Jammer dat het Stedelijk museum nog altijd niet open is, anders ging ik er vandaag nog langs.

(Joost Zwagerman – Duel)

High Fidelity

High Fidelity is de ‘popmuziekroman’ van Nick Hornby uit 1995 en gaat over de vijfendertigjarige Rob Flemming, eigenaar van een zieltogende platenzaak.

Aldus Joost Zwagerman in zijn essay Tussen High Fidelity en popfundamentalisme (te vinden in de essaybundel Perfect day). Nadat ik High Fidelity uitlas herlas ik het essay ook nog eens. Het lijkt wel of Zwagerman een totaal ander boek gelezen heeft dan ik. Hij leest een roman die voornamelijk gaat over mannen die op bijna beschamende wijze met muziek bezig zijn en voor vrouwen nauwelijks tijd hebben, ik lees, alweer, een roman over relatieproblemen. Wat mij betreft valt High Fidelity vooral te vergelijken met Proeven van liefde van Alain de Botton, maar dan zonder de filosofische uitstapjes. Dicklit met een leuke soundtrack.

(Nick Hornby – High Fidelity)

Postkantoor

Daar hebben we het fenomeen voorwoord weer eens. Met een voorwoord van Joost Zwagerman. En inderdaad, een voorwoord van Joost Zwagerman. En nog aangenaam leesbaar ook. Alleen… jammer dat Uitgeverij de Bezige Bij aan Zwagerman vraagt een voorwoord te schrijven voor Vrouwen en dat dan ook gebruiken voor Postkantoor. Dus eindigt het voorwoord met de vreemde constatering: “deze vertaling is vanzelfsprekend gebaseerd op die herziene editie.” En die herziene editie betreft dan Vrouwen, en niet Postkantoor.

Ben benieuwd trouwens of dit voorwoord het ook tot een van Zwagerman‘s essaybundels heeft geschopt.

Over Postkantoor zelf kan ik kort zijn: zuipen, neuken, gokken, kankeren. Meer gebeurd er niet. Of zoals Bukowski‘s alter ego Henry Chinaski het stelt: “jezus, het enige wat die postbodes doen is brieven door gleuven schuiven en neuken.”

(Charles Bukowski – Postkantoor)

Wahwah #10: Groeten van Rottumerplaat

Wahwah #10 is samengesteld door gastredacteur Joost Zwagerman. Dat beloofd op zich weinig goeds, want Joost Zwagerman en muziek bevalt mij meestal slecht. Maar zowaar! Joost heeft een muziekboek samengesteld, met 282 bladzijden is het nauwelijks meer als tijdschrift te beschouwen, dat aan mijn voorwaarde voor een goed muziekboek voldoet. Een boek dat je doet luisteren, een boek dat je herleest. En dat alles door die ene ultieme vraag te stellen: welk album neem je mee naar een onbewoond eiland? Het levert 134 bijdragen op, van schrijvers, dichters en een enkele muzikant, waarvan vrijwel alle bijdragen de moeite waard zijn. Zelfs de bijdrage van Joost zelf.

(Wahwah – nummer 10, 2008: Groeten van Rottumerplaat)