Wahwah #5

Wahwah is een literair poptijdschrift. Zoiets als De Muur, maar dan over muziek.

Door Het schervengericht ben ik eindelijk naar the Beatles gaan luisteren. White album, Revolver, eigenlijk best toffe albums. Ook aan Sgt Pepper’ Lonely Hearts Club Band heb ik mij gewaagd, maar dat kan mij, op een enkel nummer na, minder bekoren. Die laatst genoemde lp staat centraal in nummer 5 van Wahwah want “It was 40 years ago today”.

Onder de noemer Alle 13 goed? wordt elk nummer van dat album door een andere schrijver behandeld. Joost Zwagerman “doet” Getting better op een zo’n vreselijke manier dat ik zijn woorden maar opgevolgd heb: “wie het niet zo ervaart, mag hoofdschuddend de zaal verlaten.”
Dan is Kees ‘t Hart heel wat leuker als hij het over A little help from my friends heeft:

En dan dat refrein! ‘Heb je iemand nodig?’ Gadverdamme, rot op joh. ‘Ik heb iemand nodig om van te houden.’ Ja, je zus op een houtvlot. ‘Zou het iedereen kunnen zijn?’ Ja, behalve Prinses Irene en die majoor van het Leger des Heils, op wiens naam ik nu niet kan komen. ‘Ik wil iemand hebben om van te houden.’ Als ik jou was zou ik een hondje nemen. Etc. Etc.

Goed, daarmee heb je het leukste van dit nummer wel gehad. Naast de dertien Beatles tracks staan er nog artikelen in over James Brown, Prince in de polder, Allen Toussant, Townes van Zandt, een voorpublicatie uit dat boek over radio Veronica, wat columns en een strip.
Echt erg is de vormgeving. Op elke bladzijde van de Beatles bijdrage is er een zin uitgepikt en vet gezet als quote geplaatst. Ook als die betreffende bladzijde maar voor de helft gevuld was wegens einde artikel. Bij de andere artikelen zijn lukraak zinnen met vette letters afgedrukt, en de afbeeldingen bestaan uit gestencilde foto’s van een kwaliteit die tegenwoordig de schoolkrant nog niet eens zou halen.

(Wahwah – nummer 5, 2007)

Perfect day

Een literaire variant op een Greatest Hits album, inclusief een verrassende bonustrack. Zo presenteert Joost Zwagerman de verzameling artikelen, essays, portretten en interviews onder de naam Perfect day. Maar als je het boek dan vergelijkt met een Greatest Hits album, dan één van een eendagsvlieg met een enkele hit en als bonustrack een remix waar je vraagtekens bij mag zetten.

Veel van de artikelen schreef Zwagerman naar aanleiding van het verschijnen van een biografie van betreffende artiest, en vaak vult Zwagerman zijn artikel door flink en veelvuldig te citeren uit zo’n biografie. En als hij dan van een artiest meerdere artikelen schrijft, Madonna bijvoorbeeld, en hij dus meerdere biografieën leest en beschrijft, blijkt dat Zwagerman wel heel erg weinig te melden heeft. Tot veel meer dan herhalen van een vorig artikel komt hij dan niet. In krant of tijdschrift valt dit niet zo snel op, maar bij bundeling des te meer.

Ook de interviews zijn nauwelijks de moeite waard om te lezen. Enerzijds de vorm: tekstfragmenten van betreffende artiest en anderen voorleggen en de geïnterviewde daar op laten reageren levert niet de meest openhartige gesprekken op. Anderzijds de geïnterviewde: Barry Hay en Huub van der Lubbe die vertellen hoe respectievelijk de Golden Earing en De Dijk zijn ontstaan is een al zo vaak verteld verhaal dat dat niks nieuws brengt.

De bonustrack dan. The 2006 remix (let op het woordje ‘the’) van Gimmick!. Niet de gehele roman, maar fragmenten. Althans, dat vermoed ik. Zwagerman heeft de liedjes vervangen voor hedendaagse niemendalletjes, enkele mobiele telefoons toegevoegd, er wordt wat film gedownload en enkele semi hippe dvdtjes bekeken. Het wordt er niet beter op. Of slechter. Eigenlijk alleen te beoordelen als je het origineel goed kent.

Wat is dan wel de moeite waard? In slechts 4 stukken toont Zwagerman iets eigens, zet hij aan tot denken of maakt hij nieuwsgierig naar een boek. Horror vacuï en de tophit over de muzieksmaak van Patrick Bateman uit American Psycho van Bret Easton Ellis, Veertig jaar Golden Earing waarin Zwagerman herinneringen ophaalt aan het album Live uit 1977 (en die had ik zelf ook dus mooi herkenbaar), Door Abba tot Mozart over de muzieksmaak van de hoofdfiguur uit Alain de Bottton‘s boek De biograaf en hoe anders dat boek zou zijn als het 20 jaar later geschreven zou zijn (en komt daar dan de inspiratie voor de remix vandaan?), en tot slot Tussen High Fidelity en popfundamentalisme over de roman High Fidelity van Nick Hornby en de vele herkenbare scènes uit dat boek op weblogs en forums.

17 bladzijden de moeite waard van de 350, zo’n Greatest Hits album waarbij je denkt “och ja, die man heeft echt maar één klein bescheiden hitje gehad”.

(Joost Zwagerman – Perfect day)

De buitenvrouw

Na lezing van Tussen droom en daad in dubbelstad over Alkmaar en literatuur van Joost Zwagerman besloot ik eindelijk eens De buitenvrouw te gaan lezen.

Ik ben ook nu nog veel en vaak in Alkmaar, maar zeker sinds de tijd dat ik aan De buitenvrouw schreef, is het soms alsof er over de feitelijke stad een tweede stad is heengeschoven, die van hem, mijn hoofdpersoon, mijn leraar Altena met zijn bange gedachten en gedempte gevoelens. Anno 2004 ga ik er soms zelfs een blokje voor om en wil ik per se een straat inrijden die een kleine rol speelt in het boek.

Aldus Zwagerman in zijn lezing. Ik las De buitenvrouw dan ook vooral met een blik op Alkmaar. “Ik ben ook nu nog veel en vaak in Alkmaar” zegt Zwagerman, maar veel verder dan het centrum komt hij volgens mij nooit. Hij lijkt zelfs een hartgrondige hekel te hebben aan Alkmaar noord, alles boven het spoor.

Net als in de lezing zitten er nogal wat foutjes in. Kroegen in straten waar nooit kroegen gezeten hebben. Een nieuwbouwflat in Huiswaard 3 (zelf woon ik in Huiswaard 2, wat in de bouwplannen wel als Huiswaard 3 werd benoemd, hier staan echter geen flats, die staan in Huiswaard 1, maar goed, in de lezing heeft Zwagerman het al over Huiswaard 1 tot en met 77, Huiswaard is duidelijk niet zijn favoriete wijk) met bovendien ook nog eens een kruipruimte.

Over het verhaal kan je dan verder kort zijn, dat is niet zo bijzonder. Blanke leraar Nederlands doet het met de zwarte gymjuf, in de wekelijkse tussenuren. Als een ware Don Quichot vecht hij tegen racistisch onrecht en maakt daarover ruzie met zijn schoonvader en zijn verveelde leerlingen. Wat wel moet escaleren met een beëindiging van de tussenuurvulling tot gevolg.

Grappig is dan nog dat Zwagerman met De buitenvrouw een boekje geschreven heeft dat juist bij die verveelde leerlingen aan zal slaan: simpel, niet te dik, voldoende platte seks, en een leraar die aan het kortste eind trekt als slagroom op de taart.

(Joost Zwagerman – De buitenvrouw)

Tussen droom en daad in dubbelstad

Alkmaar in feit en fictie, zo luidt de ondertitel van het boekje Tussen droom en daad in dubbelstad waarin de Van Foreest publiekslezing 2004 van Joost Zwagerman is afgedrukt. De literaire wapenfeiten van Alkmaar was het onderwerp waar hij zich over uit liet. Dat zijn er niet veel.

Een paar half vergeten schrijvers, een zinnetje in de Camera Obscura, een bezoekje aan de kaasmarkt in Gerrit Komrij‘s Dubbelster, en dan nog fout ook want Komrij laat zijn personage op woensdag de kaasmarkt bezoeken waar zich dan volgens Zwagerman een Waagplein dat volstaat met geparkeerde auto’s bevind. Zwagerman heeft Alkmaar al een tijd niet bezocht als hij de lezing houdt want het Waagplein is al minstens negen jaar geen parkeerplek meer. En elders zegt hij Ik zal mezelf niet snel een Alkmaarse schrijver noemen, zelfs niet na tien pilsjes in de Kaasbeurs. Ook de Kaasbeurs was in 2004 al een jaar of drie dicht, noem jezelf dus inderdaad maar geen Alkmaarse schrijver.

Zwagerman vraagt zich af waarom Alkmaarse schrijvers als Dirk van Weelden en Gijs IJlander nooit schrijven over Alkmaar zoals Louis Ferron over Haarlem:

Zo’n haatserenade zou Alkmaar geen kwaad doen, lijkt me. Een heftige tirade tegen de verblokkerisering en kruidvattisering van Laat en Langestraat. Tegen de affreuze contouren van wat niet zo lang geleden Alkmaar Overstad is gedoopt, die verzameling deprimerend logge nieuwbouw waar een appartement peperduur is, maar waarvan je je toch niet kunt voorstellen dat iemand met de minste sprankeling van goede smaak en frisse moed er wil gaan wonen.

Maar zelf schreef Zwagerman zo ook niet over Alkmaar tot op heden. In Vals licht speelt de Achterdam, de rosse buurt van Alkmaar, een rolletje. En De buitenvrouw speelt zich grotendeels af in Alkmaar. Maar puur als decor:

De buitenvrouw speelt zich af in het hedendaagse multiculturele Nederland, maar tevens in het soort Nederland waar de meeste van ons wonen: níet in de Amsterdamse grachtengordel, noch in een dorpse uithoek van het platteland, maar in de suburbs, de nieuwbouwwijk, de doorzonwoning, het Nederland dat we allemaal kennen maar dat zo zelden een plaats en een naam krijgt in de Nederlandse literatuur.

Alkmaar had net zo goed Almere of Amersfoort kunnen zijn. Maar zo is zo’n lezing dan toch weer een reden om De buitenvrouw eindelijk eens te gaan lezen en Vals licht nog eens te herlezen.

Edit 23-09-’06: Tussen droom en daad in dubbelstad is opgenomen in de nieuwe bundeling essays Transito.

(Joost Zwagerman – Tussen droom en daad in dubbelstad)

Boekenlijst

Als je 6 Nederlandstalige boeken las voor je eindexamen was men al tevreden. En wat las ik dan voor mijn mavo eindexamen? Twee boeken waren verplicht. Het Bittere Kruid van Marga Minco en De Aanslag van Harry Mulisch. Die twee werden ook klassikaal behandeld. Bleven er nog 4 over om vrij te kiezen.
Veel klasgenoten kozen voor gemakkelijk. Kruistocht in Spijkerbroek werd goedgekeurd, dus veel gekozen. Stephen King was ook goed, en van maximaal twee auteurs, twee boeken. Dus keek je Carrie* en Cujo*. Zo vult de lijst zich snel.
Voor mij was lezen niet zo’n probleem. Ik mag dan een langzame lezer zijn, ik lees wel met plezier. Archibald Strohalm was de tweede Mulisch, boekenweekgeschenk De Glazen Brug de tweede Minco. Dat scheelt weer twee schrijvers waar je van alles over dient te weten.
De leraar Nederlands gefixeerd op de 2de wereldoorlog, dus met het boekenweekgeschenk van 1981, De Ronde van ’43 van Henri Knap, maakte ik goede sier. Vier uit zes over de 2de wereld oorlog was geen slechte score. Archibald Strohalm en mijn laatste boek, Gimmick!* van Joost Zwagerman kwamen tijdens het mondeling niet aan bod.

* ik dacht dat het Gimmick! was, maar dat kan niet, die verscheen pas in 1989 terwijl ik in 1988 examen deed, geen idee wat ik dan wel gelezen heb.